De Longway

 

           De Longway bij West aan Zee

 

De Longway is het fietspad door de bossen en duinen van West Terschelling naar West aan zee en verder tot Midsland Noord.

De Longway is aangelegd tijdens de eerste wereldoorlog.

 

terug naar West a/Zee verhalen

 

 

        'It is a Longway' op Terschelling

                     

 

                         klik op You Tube


Straatnamen blinken zelden uit in originaliteit, maar de Longway op Terschelling is voor de verandering een hele leuke. Een lange weg inderdaad, wel een kilometer of vijf - helemaal van West-Terschelling naar West aan Zee, door donkere bossen en blinkende duinen.

Origineel? Jawel, want deze Longway dankt zijn naam niet aan het feit dat ie zo lang is, maar aan zingende arbeiders die tijdens de Eerste Wereldoorlog van het zandpad tussen het dorp en het strand een schelpenpad hebben gemaakt.

Het was een werkgelegenheidsproject: de NV Noordzeebad Terschelling wilde een badpaviljoen bouwen tussen Paal 8 en Paal 9 en daarvoor moest de zandweg uit 'West' worden verhard, met schelpen. Die waren voldoende voorhanden, en werklozen ook. Zo kon de klus worden geklaard.

Hilversum 3 bestond nog niet in die tijd - voor de historisch gehandicapten: de Eerste Wereldoorlog duurde van 1914 tot 1918. Er werd dus nog gewoon gezongen in de bouw, ook door de werklozen die naar het waddeneiland waren gestuurd. Hun lijflied was de populaire Engelse soldatendeun 'It's a long way to Tipperary', die met afstand nummer één was geweest als er toentertijd een hitlijst had bestaan. Het liedje van Jack Judge verhaalt over een Ier die naar de wereldstad Londen reist, maar in zijn hart bij zijn liefje is in Tipperary (een stadje in het zuiden van Ierland) - en dat is een heel eind weg.

Al bleef Nederland in 1914 buiten de oorlog, toch zong men ook hier het lied waarmee Engelse en Ierse militairen zingend naar het front in België marcheerden (de Duitsers kenden het trouwens ook en brulden het net zo hard mee). Op Terschelling zongen ze het met een half-Nederlandse, half-Engelse tekst:

De Engelse soldaten

gaan zingend naar het front.

Daar regent het granaten

en daar zingt men uit één mond:

It's a long way to Tipperary,

it's a long way to go.

It's a long way to Tipperary,

to the sweetest girl I know!

Dat liep natuurlijk lekker in de maat: elke morgen die lange rulle zandweg naar Paal 8 op de deun van 'Tipperary', en aan het einde van een zware werkdag weer terug. Zo kreeg de Badweg de naam Longway. En zo heet het drukste fietspad van Terschelling nog steeds de Longway. Met naambordjes.

Het is niet de enige Engelse erfenis op het eiland. In het museum 't Behouden Huys is te zien hoe de Republiek en Engeland elkaar in de zeventiende eeuw in diverse oorlogen de hegemonie op zee betwistten en een Engele eskader in 1666 bij Terschelling een Hollandse vloot van 180 rijkbeladen maar vrijwel weerloze koopvaardijschepen in de pan hakte. Na die triomf landde een Engelse legermacht op het eiland en trok daar brandstichtend rond. Van West-Terschelling bleef vrijwel niets overeind.

Een van de mooiste anekdotes uit de vaderlandse krijgsgeschiedenis vertelt hoe de Engelse Furie op het eiland tenslotte tot staan is gebracht. Tijdens hun strooptocht troffen de Britten een oud vrouwtje, in de buurt van het Stryper kerkhof. Op hun vraag of ze verderop nog veel Hollanders te verwachten hadden, moet zij wijzend naar de grafzerken geantwoord hebben: 'Ze staan er met honderden en liggen er met duizenden', waarop de Engelsen ijlings rechtsomkeert maakten en Terschelling verlieten.

Waar of niet - het vrouwtje staat er nu als monument langs de Midslanderhoofdweg, niet ver van het kerkhofje. We moeten even van onze route afwijken, maar ze zijn het allebei meer dan waard.

De route begint bij een andere vrouw in brons, die van het zeeliedenmonument op West. Zij kijkt wachtend en hopend uit over zee, met de woorden van De Genestet 'Zij zijn niet waarlijk dood, die in ons hart leven'. Van hier volgen we de rode paaltjes, die ons door het Groene Strand en langs een duinriviertje voeren. Terug bij het verharde fietspad koersen we op de blauwe paaltjes de bossen in, passeren plots een merkwaardig stuk grasland (Groene Pollen) en volgen daarna het schelpenpad door het bos tot aan de Longway. Daar marcheren we links uit de flank, totdat het fietspad na ruim een kilometer naar links afbuigt. Wij houden daar rechts aan, volgen witte paaltjes en lopen op de grens van bos en duin tot aan een geasfalteerd fietspad.

De Bessenschuur herinnert aan nóg zo'n curieus verschijnsel van het eiland, de cranberryteelt. Hier ontdekte een aankomend bioloog in 1868 in het duin de Amerikaanse veenbes, die volgens een goed juttersverhaal in een vat op Terschelling is aangespoeld (vandaar de naam Studentenplak) en wortel heeft geschoten. De cranberry heeft 'Skylge' geen windeieren gelegd, getuige de verkoop van jam, wijn en likeur.

Via witte paaltjes lopen we door het Arjensduin en de Kooibosjes naar het poldergebied van Midsland, maken een lus naar het Formerumerbos en steken bij de geboorteplaats van Willem Barentsz de 'autobaan' van het eiland over. We zien de Overwinteraar van Nova Zembla zelfs even zitten langs de weg (vandalen hebben zijn passer gesloopt), voordat het landschap alweer verandert. Na strand, duin, bos en hei duiken we nu de polder achter de waddendijk in.

Er lopen hier weggetjes genoeg om zelf de route terug naar West te bepalen, maar vergeet Stryp niet. Het al eerder genoemde kerkhof en het grondpatroon van een 16de-eeuws kerkje markeren mogelijk de oudste nederzetting van Terschelling. Hier, op deze hoge zandplaat, kon men de voeten drooghouden als het wad weer eens overliep. Vandaar het grappige rijtje buurtjes en gehuchten dat er als een ketting van oost naar west ligt: Seeryp, Baaiduinen, Kinnum, Kaart, Horp. Bij Hee gaat het platteland over in het duingebied en scharrelen we langs de waterkant terug naar West-Terschelling. We meren af in strandpaviljoen De Walvis om nog heel lang na te genieten.

Bron: Trouw 2010

terug naar de homepage