Gewone Zeehond


terug naar TerschellingVogels

 

Langs onze kust leven twee soorten grote wilde roofdieren: de gewone zeehond en de grijze zeehond. Gewone zeehonden zijn in het waddengebied het meest talrijk. Op de zandplaten liggen ze bij laag water te zonnen en worden in de zomer de jongen geboren en gezoogd. Ze gaan op jacht naar vis in de Waddenzee en in de Noordzee en kunnen daarbij grote afstanden afleggen. Vóór 1980 werd de zeehond eerst bedreigd door de jacht en later door vervuiling. Sindsdien zijn er steeds meer zeehonden, hoewel er twee keer een ernstige virusziekte heeft geheerst.

De mannetjes van de gewone zeehonden worden maximaal 1,80 meter en wegen dan 130 kilo. Vrouwtjes worden 1,70 meter en wegen dan 105 kilo. Ze kunnen in gevangenschap 40 jaar oud worden en in het wild tussen de 20 en 30 jaar. Een gewone zeehond eet 4 tot 8 kilo vis per dag.

De ontwikkeling van de Nederlandse populatie

In 2007 werden er in het Nederlandse waddengebied 4160 gewone zeehonden geteld. De onderzoekers denken dat ze tijdens de tellingen ongeveer 30% van de zeehonden niet zien, zodat de totale populatie op ongeveer 6100 dieren wordt geschat.

De geschiedenis van de populatie van de gewone zeehond in de Nederlandse deel van de Waddenzee kent pieken en dalen, veroorzaakt door jacht, vervuiling en ziekte. Rond 1950 leefden er nog zo'n 3000 gewone zeehonden in de Waddenzee. Daarvan werden er per jaar 500 tot 600 afgeschoten omdat men dacht dat de zeehond een ernstige concurrent van de vissers was. Verder kwam toen het bont van jonge zeehonden in de mode. Doordat veel jonge dieren werden afgeschoten, daalde het aantal zeehonden gestaag. Aan het eind van de vijftiger jaren waren er nog maar ongeveer 1000 over.

In 1962 werd de jacht op zeehonden in Nederland verboden. Zoals in de grafiek te zien is, groeide de populatie tot 1965. Daarna trad een daling in, die werd veroorzaakt door de vervuiling van het zeewater. Vooral PCB's hadden een sterke negatieve invloed op de vruchtbaarheid van de zeehonden. Halverwege de jaren zeventig bereikte het aantal een dieptepunt van 500. Daarna groeide de populatie weer langzaam tot 1000 dieren in 1987. Deze groei was het gevolg op het verbod op het gebruik van PCB’s en het verbod op de zeehondenjacht in Duitsland in 1975. Bovendien droeg het het werk van de twee Nederlandse opvangcentra bij aan de groei van de populatie. Sinds 1988 wordt het beeld bepaald door twee epidemieën. Na beide epidemieën herstelde de populatie zich snel. In de zomer van 2003, dus direkt na de epidemie van 2002, telde men op de zand- en wadplaten in het Nederlandse deel van het waddengebied ongeveer 2350 gewone zeehonden, en vijf jaar later bijna het dubbele.

Verspreiding van de gewone zeehond

Gewone zeehonden worden gezien als typische kustbewoners, op volle zee ziet men slechts hoogstzelden een zeehond. Toch laten recente waarnemingen, waarbij zeehonden voorzien werden van een zendertje, zien dat de zeehonden vaak meer dan 100 kilometer de Noordzee op gaan. Mogelijk worden de dieren zelden in zee gezien omdat ze dan voornamelijk onder water zwemmen. De gewone zeehond komt langs vrijwel alle kusten van de noordelijke Atlantische en Stille Oceaan en aangrenzende zeeën voor. Getijdengebieden en riviermondingen, waar rustige zandplaten of stenen droogvallen, hebben daarbij de voorkeur

Aantallen

In het gehele waddengebied wordt de populatie zeehonden jaarlijks bijgehouden. Het Common Wadden Sea Secretariat (CWSS) coördineert de informatie van de drie waddenlanden. In 2007 waren de getelde aantallen gewone zeehonden gestegen tot een totaal van 17.605, waarvan 4235 pups. Bovenstaande grafiek laat de ontwikkeling over de afgelopen 32 jaar zien.

 

 

Voortplanting

De vrouwtjes van de gewone zeehond zijn vanaf hun vierde jaar geslachtsrijp. De mannetjes paren pas vanaf hun zesde jaar. Zoals op de afbeelding is te zien ligt de paartijd van de gewone zeehond van begin augustus tot half september. De zwangerschap van de gewone zeehond duurt elf maanden, daarvan is de eerste periode een zogenaamde 'stille zwangerschapsfase'. De bevruchte eicel nestelt zich namelijk pas na een maand of drie in de baarmoeder. De eigenlijke draagtijd is dan ook 7 maanden.

Vanaf half mei worden met laagwater de jongen geboren op drooggevallen zandbanken. De jongen moeten vrijwel meteen, zodra de vloed opkomt, kunnen zwemmen. De zoogtijd duurt ruim drie weken. In die tijd groeit een jong van rond 10 kilo tot 24 kilo. Dat gaat zo snel als gevolg van de enorm voedzame moedermelk met een vetgehalte van 45%. Na de zoogtijd wordt de band tussen moeder en jong verbroken. De kritieke periode in de voortplantingscyclus valt voor de gewone zeehond samen met de toeristische piek in zomer, een tijd waarin het op het wad het drukst is door pleziervaart en wadloop-activiteiten

 

Voedselkeuze van zeehonden

Onderzoek naar uitwerpselen en analyses van maaginhoud laten zien dat er een grote variatie aan voedsel wordt gegeten. Het grootste gedeelte is aan de bodem gebonden vis zoals platvissen, kabeljauwachtigen, grondels en zandspiering. Sommige gewone zeehonden eten meer dan 200 kilometer van zijn ligplaats, andere exemplaren jagen juist in de directe omgeving. In de winter worden veel minder zeehonden op de zandplaten gezien dan in de zomer. Een mogelijk verklaring is dat de gewone zeehonden uit de Waddenzee in de winter de zeegaten uit trekken om te jagen. De platvis is dan het koude water op het wad ontvlucht en houdt zich in dieper Noordzeewater op.

Volwassen zeehonden die van platvis leven, hebben daar tot 8 kilo per dag van nodig. Dieren in gevangenschap eten gemiddeld 3 tot 4 kilo makreel of haring per dag omdat die vis veel vetter is.

 

 

naar de Grijze zeehond

terug naar TerschellingVogels

 

 doorklikken naar:

Bergeend , Blauwe Kiekendief , Bruine Kiekendief , Eidereend , Gewone Zeehond , Grijze Zeehond , Grutto

Kluut , Lepelaar , Meeuwen, de kokmeeuw en de Zilvermeeuw , Blauwe Reiger

Grote Stern , Scholekster , Strandlopers , Tureluur , Visdiefje , Wulp