Kievit

 terug naar de pagina terschellingvogels

 

 

Kieviten zijn in de lucht ware stuntvliegers, die behendig in bochtige vluchten over hun territorium vliegen en daarbij regelmatig buitelingen maken en zelfs over de kop gaan. De meest acrobatische mannetjes blijken voor de vrouwtjes het aantrekkelijkst. Het komt bij Kieviten regelmatig voor dat een mannetje twee of meer vrouwtjes heeft. Uit een onderzoek in Noorwegen bleek dat dit het meest voorkomt bij de mannetjes die tijdens de balsvluchten de meest steile duikvluchten konden maken. Deze mannetjes bleken bovendien ook de meest voedselrijke territoria op de onderzochte percelen te bezetten

Zorgzame ouders

In het voorjaar vertoont de kievit opvallend baltsgedrag. Het mannetje probeert de aandacht van het vrouwtje te trekken door luid met zijn vleugels te slaan en opgewonden buitelingen te maken. Soms heeft een mannetje meerdere vrouwtjes. Om het vrouwtje tot broeden aan te zetten bouwt het mannetje nestkuiltjes. Ze selecteren uiteindelijk één nest en dat wordt met halmen bekleed. Nadat een goede nestplaats is gevonden volgt de paring en het eerste ei wordt vaak nog in maart gelegd. Beide vogels broeden, maar het vrouwtje het meest. De eieren komen na 24 tot 31 dagen uit. Spoedig na het uitkomen worden de jongen van de droge, onbeschermde nestplaats geleid - tenminste, als het nest op een omgeploegde akker ligt - en naar een meer beschermd grasland gebracht. Na viereneenhalf tot vijf weken zijn ze zelfstandig. Bij gevaar doet een kievit alsof hij een gebroken vleugel heeft en probeert zo een naderende wezel, vos of hermelijn weg te lokken bij het nest.
Vroeger werden de eieren veel gezocht en verhandeld. 
Van alle kieviten broedt ongeveer 70% in ons land.Veel boeren doen mee met projecten van de Vogelbescherming, waarbij in het voorjaar vele graslanden worden ontzien om de weidevogels zoals kievit, grutto en scholekster te sparen. 

   

 


Buiten het broedseizoen zoeken de kieviten voedsel op weiland en omgeploegd akkerland, waarbij de plevierentactiek van afwisselend korte eindjes rennen en stilstaan wordt gevolgd, abrupt op een prooi afschietend - een regenworm, langpootmuglarve of rups. Met heftig rukkende bewegingen wordt de prooi tussen de wortels van graspollen uitgetrokken. Foerageren wordt moeilijk wanneer de velden bevriezen en dit verklaart de plotselinge grootscheepse trekbewegingen van Kieviten bij een invallende vorst. Naar het zuidwesten vliegende Kieviten schieten soms drastisch door en belanden in Noord Amerika.

 

Een ijdeltuit.

Een Kievit is ongeveer net zo groot als een duif. Van veraf lijken de vleugels zwart bij wit. Maar van dichtbij zie je een mooi veren pak van zwart en groen. Onder de borst zit een zwarte vlek. En onder aan de witte buik zijn de staartveren bruin gekleurd. Dat zie je pas goed als de Kievit gaat vliegen. Dan zie je ook hoe breed de vleugels zijn van de Kievit.

Waar leeft de Kievit.

Kieviten wonen graag in groepen. Als het erg koud is, trekken ze samen weg naar warmen landen. Vroeg in het voorjaar zijn ze weer terug. Dan zoeken ze een goede plek voor hun nest dat nest moet niet te dicht bij een ander kievitsnest liggen. In het voorjaar wil elk kievitspaar een eigen TERRITORIUM (gebied) hebben. De mannetjes Kievit jaagt dan de anderen kieviten weg. In juni zijn de meeste jongen al groot. Dan zoeken de kieviten elkaar weer op. Ze leven in bijna alle landen van Europa. Behalve in hele koude landen waar de grond soms bevroren is, als er dan ook nog sneeuw ligt dan kunnen ze geen eten vinden dus ze gaan daar weg. De Kieviten horen bij de familie van de PLEVIEREN. Net als de strandplevier. De kievit noemen we ook wel STELTLOPER. De Kievit loopt natuurlijk niet op hoge stokken maar wij noemen de kievit zo omdat zijn voeten lang zijn en omdat hij lange poten heeft. Zo kan de Kievit een ondiep slootje over steken zonder nat te worden. De Kievit kan ook zwemmen al doet hij dat niet vaak. Zo kan de Kievit naar een ander weiland lopen zonder nat te worden.

  

Vechten voor een eigen plek.

In maart is het een drukte van belang. De Kieviten uit koudere landen zijn nog niet terug. Ze gaan dan een goede plek voor hun nest zoeken. Er wordt dan ook flink geruzied om een goede plek voor hun nest te bouwen. Sommige mannetjes maken een enorm nest van gras en strootjes. Daarmee maken de Kieviten duidelijk dat dat zijn stuk land is. Wel wat grappig: een vrouwtjes Kievit heeft helemaal niet zo groot nest nodig. Ze wil juist dat ze niet wordt gezien.

Het zoeken van een eigen TERRITORIUM (plekje) is erg moeilijk. De grond moet niet al te nat zijn, want dan zullen na een regenbui de jongen in het water liggen. Als de grond erg droog is dan is het ook niet goed voor een Kievit. Daar leven te weinig dieren om de Kievit in leven te houden. Het gras moet niet hoog zijn, want de Kievit loopt met snelle pasjes. In hoog gras struikelen ze steeds. En het wijfje wil graag zien wat er om haar heen gebeurt. Dat kan met hoog gras niet. Vroeger broedde de Kievit meestal in het WEILAND. De boeren gooien veel mest over de weilanden. Daardoor groeit het gras en bloemen sneller. Al vroeg in de Lente maait de boer het weiland met een maai machine. Voor de Kieviten is die machine heel erg gevaarlijk. Daarom zoeken Kieviten ook wel het bouwland op. Daar lopen ook geen koeien die hun nest plat trappen. De grond is er ook wat hobbelig. Daar houden Kieviten van. Er zijn dan ook allemaal kuiltjes in de grond, voor de Kievit is dat fijn om hun nest in te verstoppen.

  

 

Baltsen.

Sommige vogels paren elk jaar met het zelfde wijfje. Dat doen Kieviten niet. Als het mannetje zijn eigen plekje heeft veroverd, gaat hij op zoek naar een wijfje. Daarbij slooft hij zich vreselijk uit. Hij maakt zich zo groot mogelijk. Het wijfje laat haar witte buik zien. Dan wipt hij rond met zijn staart omhoog. Al dat gedraai en gespin noemen we BALTSEN. Veel vogels baltsen als ze hun nest aan het bouwen zijn. Kieviten doen dat dus heel bijzonder. Het mannetje balst niet alleen met zijn veren maar hij maakt er een hele vliegshow van. Het lijkt net een straaljager. Als een pijl schiet de Kievit omhoog, dan tolt hij een beetje rond. Vervolgens weer als een pijl naar beneden het lijkt net of hij neer gaat storten maar net boven de grond remt hij als het ware in de lucht, zo komt de Kievit weer veilig op de grond tot stilstand. Met dat stuntvliegen wil hij het wijfje laten zien hoe goed hij wel niet is in vliegen. Hij laat dan ook meteen zien dat dit zijn TERRITORIUM ( plekje) is. De andere Kieviten kunnen dan beter uit de buurt blijven want hij vecht voor zijn eigen Territorium (plekje). Tussendoor bouwt de Kievit nog een paar nestjes bij. Dat worden echt geen grootte kunstwerken. Zo maakt hij het nest: Hij drukt met zijn borst op de grond dan draait hij een beetje rond totdat er een kuiltje in de grond komt, dat kuiltje is hetzelfde dan dat je zelf met je hak in het zand draait voor een knikker kuiltje of zo. Probeer het maar eens zelf. De Kievit gooit er dan nog wat gras en strootjes op en klaar is het nest. Als het wijfje het mannetje leuk vindt probeert ze een van de nesten. Met de vragen: HEEFT HIJ HET WEL GOED GEMAAKT? ZIT IK HIER WEL VEILIG? Het mannetje gooit intussen gras en strootjes over haar heen en als ze het mannetje leuk vindt gooit zij zelf ook gras en strootjes over haarzelf. Zo vertellen ze elkaar, ik vind je lief en het nest is ook prima.

 

 

Vier gespikkelde eitjes.

Het Kievitwijfje legt meestal 4 eitjes. Die eitjes hebben een groenachtige kleur. Hij zit vol met zwarte spikkels. Ze lijken een beetje op kleinen peertjes. Rustig zit het wijfje op haar nest, het broeden kan nu beginnen. Af en toe stapt het wijfje even uit het nest om haar mannetje te roepen. Ze heeft honger. Nu moet het mannetje even maar de eitjes warm houden. Het mannetje houdt dat niet zo lang vol, hij heeft het geduld niet. Heel kattig jaagt hij dan op andere vogels, zelfs op hele kleine vogeltjes die niets hebben gedaan of geen kwaad doen. Als er gevaar dreigt dan verstopt de kievit haar nest onder gras en strootjes, zelf loopt ze dan weg. Soms worden de eitjes verplet dan begint de Kievit gewoon weer opnieuw. Soms heeft het Kievits mannetje meer dan een wijfje dan moet hij ook op de anderen nestjes passen.

 

 

 

Tekst van de clip

Kieviten zijn echte weidevogels. Ze leven op weilanden en broeden daar ook. Het broedseizoen van de kievit loopt van half maart tot in juli. In deze periode kun je veel kieviten zien. De kievit heeft korte pootjes. Je kunt ‘m herkennen aan de lange kuif en zijn zwart-witte verenpak. Een vrouwtjeskieviet kun je herkennen aan de kortere kuif en een witte kop. Een mannetje heeft een extra lange kuif. Als je ze niet ziet, dan hoor je ze wel. Kieviten hebben hun naam te danken aan het schelle [“Kiewiet, kiewiet”] geluid dat ze maken. Ze roepen dus hun eigen naam. De kievit líjkt helemaal zwart-wit, maar als je dichtbij kijkt zie je in zijn staart roodbruine kleuren. Als de kievit zijn veren insmeert met vet, kun je die kleuren goed zien. De kievit is dol op bodemdiertjes. Met zijn puntige snavel peutert hij wormen uit de grond. Hij lust ook graag insecten en slakken. De kievit behoort tot de familie van de plevieren. Een kenmerk daarvan is dat de kievit een stukje loopt, en dan kort stilstaat. Een tweede kenmerk is dat de plevieren een eenvoudig nest bouwen op de grond. De kievit doet dat ook: De mannetjeskievit maakt verschillende nestkuiltjes. Hierbij beweegt hij zijn staart flink op en neer. Hij wil aandacht trekken en laten zien dat zijn staart mooie kleuren heeft. Daarna gaat hij op zoek naar een wijfje. Hij slooft zich enorm uit. Het kievitsmannetje maakt zich zo groot mogelijk en maakt er een hele vliegshow van. Hij slaat z’n vleugels uit. Op deze manier wil hij laten zien dat dit zijn territorium is, zijn plek. Als het nest klaar is, volgt de paring. Dat gaat heel snel. Het kievitsvrouwtje legt meestal vier eitjes. Het broeden kan beginnen. Dat wordt meestal door het vrouwtje gedaan, maar af en toe kan het mannetje haar taak overnemen, zoals hier. Na vier weken komen de kievitsjongen uit het ei. Als er gevaar dreigt, drukken de kleintjes zich plat in het nest. Door hun schutkleur kunnen ze zich goed verstoppen. Als de jongen helemaal opgedroogd zijn, verlaten ze direct het nest. Dat noemen we een nestvlieder. De ouders verliezen hun jongen geen moment uit het oog. Bij slecht weer en ’s nachts zoeken de jongen beschutting en warmte bij hun ouders. Maar, ze komen nooit meer terug op het nest.

 

 

terug naar de pagina Terschellingvogels

 

 doorklikken naar:

Bergeend , Blauwe Kiekendief , Bruine Kiekendief , Eidereend , Gewone Zeehond , Grijze Zeehond , Grutto

Kluut , Lepelaar , Meeuwen, de kokmeeuw en de Zilvermeeuw , Blauwe Reiger

Grote Stern , Scholekster , Strandlopers , Tureluur , Visdiefje , Wulp