Lepelaar

Een groep lepelaars aan het fourageren in "het Waterplak", het duinmeertje ten oosten van West aan Zee

geluid

 

terug naar de pagina terschellinvogels

 

 Een visje vangen op de tast, wie kan dat? De meeste vissers kennen deze techniek niet, zij moeten het hebben van hun ogen. Deze vogel niet, hij doet het heel anders. Bekijk de clip hieronder.

Als je op de pijl klikt start de lepelaar-clip. Als je op het vierkantje rechtsonder de foto klikt krijg je een schermgroot beeld. Als je op het vierkantje links onder klikt stop de clip. Vergeet het geluid niet aan te zetten.

Tekst van de clip:

Het gaat góed met de Lepelaar. De stand is de laatste halve eeuw zelfs vertienvoudigd. Maar omdat het zo’n bijzondere en kwetsbare broedvogel is staat hij nog steeds op de rode lijst. De prestatie die een lepelaar levert is ook niet gering: Hij komt hier om te broeden en heeft dan zo’n 2 à 3000 kilometer afgelegd, want lepelaars overwinteren in West-Afrika, vooral in Mauritanië. De lepelaar komt alweer vroeg in ’t voorjaar terug, in februari. Begin april begint ie te broeden. Het nest stelt niet zoveel voor, wat takjes en wat riet op de grond, en meestal legt ze maar 3 tot 5 eieren. Na een week of vier komen de eieren uit. Een jong kan eindeloos lang bedelen om voedsel en zelfs negeren helpt niet! De lepelaar komt alweer vroeg in ’t voorjaar terug, in februari. Een foeragerende lepelaar is fascinerend om te zien: hij maait met z’n snavel door ’t water en vangt de visjes op de tast met die grote platte lepelsnavel. Zelfs in troebel water of ’s nachts kan hij uit vissen gaan. Dan heb je overdag wel wat in te halen!

 

 

 

 

 

Iedere Lepelaar is uniek
      Lepelaars zijn tussen de 80 en 90 centimeter lang. De snavel is gemiddeld zo'n 19 centimeter lang en bij de afgeronde punt 43 tot 50 millimeter breed. De lengte van de poten van Lepelaars bedraagt tussen de 25 en 30 centimeter lang. De vleugels hebben een spanwijdte tussen 115 en 130 centimeter. Het verenpak is overwegend room-wit van kleur.

Volwassen vogels

De volwassen vogel heeft een zwarte snavel met oranje-gele vlek op de punt. De vorm van die vlek is - net als de menselijke vingerafdruk - per vogel uniek. De ogen van volwassen vogels zijn rood, maar dat is pas van zeer dichtbij te zien.

In de broedtijd hebben de meeste volwassen vogels een gele borstband en een prachtige - meest van tijd afhangende - kuif van lange witte veren.

Jonge vogels

Jonge vogels (ofwel juvenielen genoemd) zijn witter en hebben roze-vleeskleurige snavels en poten, zwarte ogen en zwarte vleugelpunten. Bij juveniele vogels is het stukje huid tussen de snavelbasis en het oog nog bevederd. Bij volwassen vogels is dat kaal en geel.

Ook de kin en keel zijn bij volwassen vogels geel. De snavel van jonge vogels verkleurt al naar grijs als ze 40 dagen oud zijn en is in de herfst vaak al zwart van kleur. De poten zijn in de nazomer al leigrijs.

Trek

Onze Nederlandse vogels beginnen jaarlijks tussen augustus en oktober aan de lange en barre trektocht van zo'n 4200 kilometer naar het zuiden.
De meeste vogels vertrekken in de eerste drie weken van september. Jonge vogels kunnen in de loop van juli al vertrekken.

Tussen eind januari en april komen ze hier weer terug en hebben ze diezelfde afstand al weer naar het noorden afgelegd.

Bron: Delfland - Lepelland.
Ellen Sandberg, Vogelwacht "Delft en Omstreken" 2005

 

 

 

 

 

terug naar de pagina Terschellingvogels

 

 doorklikken naar:

Bergeend , Bruine Kiekendief , Eidereend , Gewone Zeehond , Grijze Zeehond , Grutto

Kluut , Lepelaar , Meeuwen, de kokmeeuw en de Zilvermeeuw , Blauwe Reiger

Grote Stern , Scholekster , Strandlopers , Tureluur , Visdiefje , Wulp