Meeuwen

De Kokmeeuw, de Zilvermeeuw en de Mantelmeeuw

 

De aerodynamische vlucht van de Zilvermeeuw.

In West aan zee zien we honderden Zilvermeeuwen en Kokmeeuwen de hele dag vliegen van de Badhuiskule naar hun woon- en verblijfplaats in het Waterplak en weer terug. Je kunt aan hun gekwebbel horen of zij het naar hun zin hebben. In tegenstelling tot in Den Haag klinkt hun geluid hier veel tevredener.

terug naar de pagina Terschellingvogels

 

De vogelsoorten die behoren tot de familie van meeuwen zijn krachtig gebouwde vogels met een witte of grijze kleur. De drie voortenen zijn verbonden door een zwemvlies terwijl een achterteen ontbreekt of erg klein is. In de vlucht zijn meeuwen te herkennen aan de lange brede puntige vleugels en de recht afgesneden staart.

De meeste soorten zijn gebonden aan de zee en verlaten de kust slechts zelden. Het voedsel bestaat onder andere uit vis, weekdieren, jonge vogels en eieren.

De familie van Meeuwen bestaat wereldwijd uit 43 soorten. Op terschelling zien we heel veel Kokmeeuwen, Zilvermeeuwen en Mantelmeeuwen.

In West aan Zee zien wij vooral de Zilvermeeuwen en Kokmeeuwen overvliegen of vertoeven en broeden in het riet en op de eilandjes in het waterplak.

 

Kokmeeuw

 

   geluid


Het verenkleed van de Kokmeeuw is wit met een grijze rug. In het zomerklees is de kop donkerbruin met een witte ring om het oog. In het winterkleed bevindt zich een donkere vlek achter het oog. De vleugeltoppen zijn zwart van kleurt en zijn poten en snavel zijn oranje.

In het zomerkleed is de kokmeeuw dankzij de donkerbruine kop een goed te herkennen meeuw. In de winter kleurt de kop echter wit, op een kleine vlek achter het oog na. Deze vlek onderscheidt de vogel in de winter van de iets grotere stormmeeuw. Een andere gelijkende soort is de zwartkopmeeuw, een in Nederland zeldzame soort met langere poten en in het zomerkleed een zwarte in plaats van donkerbruine kop. De lengte van de Kokmeeuw varieert van 35 tot 39 cm en er zijn ongeveer 130.000 broedparen in Nederland.
 

   

 

De kokmeeuw is de meest algemene meeuw van Nederland, die het gehele jaar behalve langs de kust ook in grote aantallen in het binnenland voorkomt. De vogel broedt in kolonies in moerassen en meren in het binnenland, maar ook in duinen of kwelders langs de kust. De kolonies zijn erg luidruchtig en de vogels verdedigen het gebied gezamenlijk tegen vijanden. Sommige andere vogels maken gebruik van deze waakzaamheid door zelf het nest in de buurt van, of soms zelfs te midden van een kokmeeuwenkolonie te bouwen. In de winter verplaatst de Nederlandse populatie zich gedeeltelijk naar de kust en wordt dan aangevuld met vogels uit andere delen van Europa.

 

 

terug naar de pagina Terschellingvogels

 

Zilvermeeuw

  geluid

De Zilvermeeuw is een bekende verschijning. Hoewel de vogel vrijwel uitsluitend aan de kust broedt, zoekt hij zijn voedsel tot ver in het binnenland, met name in de winterperiode. Dat maakt hem tot een zeer bekende vogel, ook voor de niet-vogelaar. Minder bekend is wellicht het feit dat er, zij het moeilijk zichtbaar, verschil bestaat tussen de mannetjes en de vrouwtjes. Mannetjes zijn iets groter en hebben een langere, stevigere snavel. Onderzoek heeft uitgewezen dat er geen verschil bestaat in de voedselkeuze van de beide geslachten. De grootte van de mannelijke snavel heeft waarschijnlijk meer te maken met de functie als geslachtskenmerk of is van nut bij de verdediging van het territorium.

Zilvermeeuwen eten zo'n beetje alles wat ook maar enigszins het predikaat "eetbaar" heeft; insecten, mosselen, vogels, wormen, plantaardig materiaal, natuurlijk vis en....... afval. Gebleken is dat een zeer groot aandeel (meer dan 30%) van het voedsel van de Zilvermeeuw uit afval bestaat. Geen onlogisch gegeven als je de enorme drukte ziet bij de vuilnisbelten waar het afval nog goed bereikbaar is. Buiten het broedseizoen is een vuilnisbelt wellicht de beste plaats om Zilvermeeuwen (en andere meeuwen natuurlijk ook) te bekijken. Als je dat doet dan zie je bijvoorbeeld dat een opvallende methode om "harde noten te kraken" is, het van grote hoogte laten vallen van de buit om deze kapot te krijgen. Overigens werkt dat het best met mosselen en krabben (geen alledaagse verschijning op een vuilnisbelt). Het vervelende is, dat de meeuwen niet altijd het verschil weten tussen iets eetbaars en iets oneetbaars. Zo laten ze ook stenen, metaal en andere harde voorwerpen vallen die wel schade aan dak of auto kunnen veroorzaken, maar zelden iets eetbaars opleveren.

 

Maakt het feit dat de Zilvermeeuw vrijwel alles eet, hem (of haar) nu ook tot een succesvolle vogel. Wat dat betreft is hier enige historie wellicht op zijn plaats. In het begin van deze eeuw bood Nederland plaats aan slechts enkele duizenden paren. Rond de 2e Wereldoorlog was dit aantal inmiddels gegroeid tot ongeveer 30.000 paar. De bijna natuurlijk aandrang van de mens om alles te willen reguleren leidde ook tot maatregelen om iets aan deze Zilvermeeuwenstand te doen. Dus werden de meeuwen bestreden en daalde de populatie naar ca. 15.000 paar rond 1955. Tien jaar later zat het aantal echter weer ruim boven de 20.000 paar. Met enige schommelingen in de aantal bedroeg het aantal Zilvermeeuwen in 1995 ca. 70.000 paar.

De landelijke trend met betrekking tot de Zilvermeeuw laat echter een daling zien. Een van de oorzaken daarvoor is vermoedelijk het feit dat door strengere wetgeving steeds meer open vuilnisbelten gesloten/afgedekt worden. Daarmee is de vrijwel onbeperkte voedselbron van weleer gedeeltelijk verdwenen. De meeuwen moeten dus harder werken om hun kostje bij elkaar te schrapen.

Overigens kán een afname van het aantal Zilvermeeuwen betekenen, dat een aantal andere (kust)vogels weer in aantal gaat toenemen. Waar Zilvermeeuwen broeden is vaak geen plaats voor andere vogels. Kleine Mantelmeeuw, Noordse Stern. Visdief en Stormmeeuw, soorten die meestal het onderspit delven tegen de zeer dominante Zilvermeeuw. Deze heeft het daarbij niet alleen op de broedplek van andere vogels gemunt, maar ook op de eieren. Deze worden vaak gebruikt om bij voedselgebrek als compensatie te dienen voor hun jongen.

Voordat Zilvermeeuwen hun jongen kunnen voeren, moeten die er eerst wel komen. Gelukkig is geen enkele vogel daarbij helemaal hetzelfde dus valt ook hierover wel iets te vertellen. Zilvermeeuwen beloven als partner elkaar trouw voor het leven. Ik weet niet of er een samenlevingscontract wordt afgesloten, maar zolang beide vogels in leven blijven is een eenmaal tot stand gekomen "huwelijk" er een voor het leven. Typerend daarbij is, dat deze vogels elkaar in de winter volledig de vrije hand geven. Dan leven de vogels solitair. Zodra de eerste voorjaarszon begint te schijnen, zoeken de vogels elkaar weer op en vinden zonder enig probleem de eigen partner terug. Het meest waarschijnlijk is, dat de man en vrouw elkaar daarbij herkennen aan de roep.

Als die voorjaarszon dan ook echt begint te schijnen, loopt een kolonie van de ene op de andere dag vol. Zo zit er nog niks, zo is het weer een herrie van jewelste. Bij aankomst in de kolonie zijn overigens niet alle vogels gepaard. Zilvermeeuwen kennen ook een vrijgezellensoos. Deze bestaat voornamelijk uit vogels die nog maar net geslachtsrijp zijn. Deze club wordt aangevuld met volwassen vogels die op de een of andere wijze hun partner zijn kwijtgeraakt en naarstig op zoek zijn naar een vervang(st)er. En waar kun je dan beter terecht dan bij een vrijgezellenclub!

Het initiatief voor de paarvorming ligt bij moeders. Door onderdanig gedrag te vertonen ten opzichte van de toekomstige vader, probeert zij de alom aanwezig agressiviteit te onderdrukken. Dit gedrag blijkt van groot belang te zijn omdat een mannetje geen vrouwtje accepteert dat groter is (of zich groter voordoet) dan hijzelf. Hoewel binnen een kolonie de groottes van Zilvermeeuwen elkaar onderling kunnen overlappen, is bij paren het mannetje altijd groter dan het vrouwtje. Voordat er uiteindelijk een paartje gevormd is, kan wel enige tijd verstreken zijn. Het vrouwtje probeert haar charmes uit bij meerdere mannetjes die vervolgens onderling slaags raken om in de gunst te komen bij het andere geslacht.

Als het dan eindelijk zover is dat man en vrouw elkaar het jawoord hebben gegeven, kan tijd besteed worden aan het nageslacht. Na meerdere nestkuiltjes gemaakt te hebben wordt één daarvan uitgekozen voor het leggen van de eieren. De Zilvermeeuw is daarin bijzonder consequent; altijd drie stuks. De vogel legt deze in een periode van 4 tot 6 dagen. Overigens kán de vogel wel meer eieren leggen. Uit onderzoek is gebleken dat een Zilvermeeuw in 39 dagen in staat was om 16 eieren te leggen door er telkens een weg te halen. Ook als een nest verloren gaat legt het vrouwtje gewoonlijk weer opnieuw. De vogels zijn niet in staat om hun eigen eieren te onderscheiden van andere. Als legsels worden verwisseld, gaan de vogels vrolijk door met bebroeden. Zelfs als eieren worden vervangen door stenen, lampen of andere zaken die maar enigszins op een ei lijken, gaat de meeuw onverstoord verder met het bebroeden ervan.

Als na ca. 27 dagen de eieren uitkomen, begint een volgende periode in het drukke dagelijkse leven van de Zilvermeeuw. Voedsel moet er op de plank komen, zo veel als maar mogelijk is. Wat dat betreft wijkt het gedrag van jongen en ouders niet zoveel af van andere vogels. De Zilvermeeuw heeft echter nog een bijzonder hulpmiddeltje om de eetlust van de jongen te stimuleren. De rode vlek op de snavel heeft hetzelfde effect als de spreekwoordelijke rode lap op een stier. Er tegenaan! De jonge Zilvermeeuw tikt tegen de snavelvlek zolang hij (of zij) honger heeft. De oudervogel reageert hierop door voedsel op te braken.

Als het voedselaanbod groot genoeg is, ontwikkelt de jonge Zilvermeeuw zich van een donsbal van ca. 70 gram tot een vliegvlug exemplaar van ca. een kilo. Het duurt echter vier jaar voordat een vogel helemaal van zijn jeugdkleden af is en als volwassen vogel door het leven kan gaan. Dat leven is voor de gemiddelde Zilvermeeuw niet zo lang. Ca. 65% van de uitgekomen jongen sterft kort na de geboorte door predatie, ondervoeding, hitte of juist zware regenval. Hebben de vogels de leeftijd van ca. 8 dagen bereikt, dan ziet het leven er hoopvoller uit. In de periode daarna ligt het sterftecijfer rond de 5%. Gemiddeld wordt een Zilvermeeuw een jaar of 6. Er zijn echter gevallen bekend van vogels die 25 jaar of ouder zijn geworden.

 

 

 terug naar de pagina Terschellingvogel

 

 doorklikken naar:

Bergeend , Bruine Kiekendief , Eidereend , Gewone Zeehond , Grijze Zeehond , Grutto

Kluut , Lepelaar , Meeuwen, de kokmeeuw en de Zilvermeeuw , Blauwe Reiger

Grote Stern , Scholekster , Strandlopers , Tureluur , Visdiefje , Wulp