Overstappen midden op de Waddenzee om op Vlieland te komen

 

 

In de jaren voor 1960 ging er lang niet altijd een rechtstreekse boot naar Vlieland. Passagiers die naar Vlieland gingen moesten dan mee met de boot naar Terschelling en dan midden op de Waddenzee overstappen op het bootje naar Vlieland. Vanaf 1962 was dit niet meer nodig omdat toen de neiuwe Oost Vlieland in de vaart kwam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zomer 1955: Overstappen van de veerboot "Vlieland" op de zeesleepboot "Holland", die ingezet werd als passagiersboot op drukke dagen. De overstap vond plaats op de Vlieree.

 

De dichte Jan Jacob Slauerhoff was een groot liefhebber van Vlieland en hij schreef het volgende:

 

"De zomervakanties, die vier weken duurden, werden op Vlieland doorgebracht. Er waren nog geen bossen; alleen maar duinen en schrale grond. Wie op de duinen ging staan kon aan alle kanten de zee zien, en het wrak van de in 1897 gestrande "Perlen". Het eiland was als een schip waarop geiten- het "Vlielandse vee"- en mensen liepen en waar voor de kust op zee en op de zandbanken zeehonden leefden. De tocht naar Vlieland ging vanuit Harlingen met de radarboot de "Minister Kraus". Op zee, op de Vlierede, "over de ree", werd overgestapt op het motorbootje "Vlieland". De schipper nam de kinderen dan op de rug. Het bootje was uitgerust met een één-cilinder Kromhout gloeikopmotor, die enorm veel lawaai maakte, en met hulpzeilen. Vooral bij ruwe zee was het overstappen op de Vlierede een hele belevenis, die karakteristiek was voor de reis naar Vlieland. Op de vervolgreis om de Richel van de Vlieree naar de Vliesloot kon het schip bij harde noordwestenwind behoorlijk tekeergaan en zat het vaak meer onder dan boven water. Het schip had niet voor niets bijnamen als "de Tobbe", "de Tobbedanser" en "de Hobbelende Geit"."

  

 Bron: Uit het archief van Rederij Doeksen

n 1923 werd de passagiersdienst van en naar Terschelling en Vlieland overgenomen door Reederij Doeksen, inclusief de dan varende schepen 'Minister Kraus', 'Prinses Juliana' en 'Vlieland'. De rederij kon een betrouwbaarder veerdienst garanderen, aangezien de firma ook beschikte over schepen die 's winters het ijs konden breken.

 

In 1923 werd de passagiersdienst van en naar Terschelling en Vlieland overgenomen door Reederij Doeksen, inclusief de dan varende schepen 'Minister Kraus', 'Prinses Juliana' en 'Vlieland'. De rederij kon een betrouwbaarder veerdienst garanderen, aangezien de firma ook beschikte over schepen die 's winters het ijs konden breken.

 

Naar Vlieland was er geen rechtstreekse dienst vanuit Harlingen. De passagiers moesten op de Vlieree overstappen van de Terschellinger boot, de ‘Minister Kraus’ of ‘Prinses Juliana’, op het motorbootje ‘Vlieland’. Dit was een zeer Spartaans bootje dat als bijnamen ‘hobbelende geit’ en ‘het motortje’ had. Het had amper een passagiersaccommodatie en wanneer het koud was, brandde er een kachel. Door het lawaai van de motor konden de passagiers nauwelijks met elkaar praten. Voor de bergingsdienst was het communicatiebootje ‘Nautilus’ gekocht dat in werkelijkheid de naam ‘Zeerob’ droeg. In maart 1926 waren er plannen om de ‘Vlieland’ te vervangen door dit bootje. De gemeente Vlieland liet echter dezelfde maand nog weten de ‘Nautilus’ niet geschikt te vinden. Ondanks het feit dat dit bootje beter was dan de ‘Vlieland’. De ‘Nautilus’ werd kort hierna weer verkocht. In dse jaren daarna werd er door Doeksen bij tijd en wijle een rechtstreekse dienst naar Vlieland onderhouden, maar moest er regelmatig toch ook nog overgestapt worden

 

Eind jaren 50 begin jaren 60 van de vorige eeuw nam de vervoersvraag toe, mede door de toeristencampagnes van de VVV Vlieland. Als de ‘Vlieland’ de vervoerspiek niet aankon, werd de ‘Schellingerland’ ingezet die inmiddels aardig op leeftijd begon te raken. Daar kwam bij dat het overstappen op de Vlieree steeds meer ter discussie stond. Het overstappen in de winter riep weerstand op vanaf Vlieland. Daarnaast vertraagde het overstappen de dienst naar Terschelling die door het wachten en de tijd voor het overladen ook nog eens beperkt werd in de mogelijkheden. In 1961 plaatste de rederij een order voor de nieuwe veerboot bij Ferus Smit in Foxhol. Het fraaie schip dat door D. Schouten werd ontworpen, ging als ‘Oost-Vlieland’ te water op 9 maart 1962. Na een dag eerder te zijn overgedragen, kwam het op 7 juni 1962 in de vaart.

 

 

 De overstap van de Schellingerland naar de kleine Vlieland op de Vlieree

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog een verhaal uit de oude doos
Zoals de Vlielanders wel weten is de verbinding met Harlingen in de jaren voor 1962 niet te vergelijken met de dienst die er nu is. Er is een tijd geweest dat de zomerdienst per 1 september afgelopen was. De kleine Vlieland ging dan tweemaal per dag naar de rede van Vlieland ( 'de Vlieree') om daar bij de boot, die van Terschelling of uit Harlingen kwam, langs zij te gaan en de post en passagiers over te nemen. Om kwart voor acht vertrok ze van Vlieland voor de passagiers op weg naar Harlingen en om half drie om de passagiers die van Harlingen kwamen, weer over te nemen. Ook kwamen er wat vrachtgoederen mee, maar het meeste kwam met schipper Boon. De beurtschipper ging maar één keer in de week en dan werden de winkels bevoorraad.

Dat het overstappen niet altijd makkelijk was, wil ik nog wel even melden. De boten van Terschelling gingen ook niet voor anker, maar de machines draaiden langzaam door en we lagen dan met de kop op de stroom. Er stoof dan soms flink wat water tussen de schepen door en er werd vaak een nat pak gehaald. De passagiers stapten op het achterdek over waar een loopplank lag en daar stonden de matrozen om een handje te helpen als dat nodig was. Het kwam het wel voor dat het niet lukte om met het schip langszij te komen en als dat 's morgens was moest het schip door naar Harlingen en als het 's middags gebeurde, dan zochten de schepen de beschutting van Terschelling op voor het overstappen. Het aantal personen wat er vervoerd werd, was de moeite niet en met slecht weer was het helemaal pet. We hebben het één keer gehad dat we maar één passagier aan boord hadden. Ze had geen mooie reis en was ook niet fit toen ze van boord ging, maar zeeziekte kwam toen veel voor.
Op 24 december gingen we wel naar Harlingen want dan werd het druk, soms wel 80 passagiers. We mochten 350 personen vervoeren en dat aantal werd in de zomer wel eens gehaald.

 

 Om terug te keren naar West a/Zee verhalen, klik hier